In maart 2009 brak in Mexico een griepepidemie uit. De griep eiste daar flink wat slachtoffers. De griep breidde zich snel uit naar andere landen over de hele wereld. In april 2009 dook de Mexicaanse griep ook op in Nederland. In juni 2009 verklaarde de wereldgezondheidsraad dat er sprake was van een pandemie.
In maart 2009 brak in Mexico een griepepidemie uit. De griep eiste daar flink wat slachtoffers. De griep breidde zich snel uit naar andere landen over de hele wereld. In april 2009 dook de Mexicaanse griep ook op in Nederland. In juni 2009 verklaarde de wereldgezondheidsraad dat er sprake was van een pandemie.

De uitbraak van een grieppandemie is één van de grootste risico’s voor de Nederlandse samenleving. Een grieppandemie is niet alleen een medisch probleem, maar heeft ook maatschappelijk enorme gevolgen. Als meer dan 30% van de bevolking ziek is, komt het openbare leven stil te liggen. Leerkrachten, buschauffeurs, verplegend personeel; als zij zijn uitgeschakeld heeft dat grote gevolgen.
Een pandemie is niet te voorkomen, door het vele luchtverkeer kunnen ook virussen makkelijker reizen. We kunnen ons er wel op voorbereiden. In draaiboeken is vastgelegd wie welke taken vervuld en hoe de onderlinge samenwerking is geregeld.
De rijksoverheid speelde bij de aanpak van deze pandemie een grote rol. Het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu zorgde voor een constante signalering en advisering. Zij stonden voortdurend in contact met:
Het Nationale Crisis Centrum hield alle gemeenten voortdurend op de hoogte over de stand van zaken.
De rijksoverheid zorgde in eerste instantie voor de informatie voor burgers. De rijksoverheid stelde ook vast welke medicatie noodzakelijk was.
Gelukkig bleek de griep minder gevaarlijk dan in eerste instantie werd gevreesd. Het was daarom niet nodig de gehele bevolking te vaccineren. Wel besloot de minister van Volksgezondheid om kinderen vanaf 6 maanden tot en met 4 jaar en huisgenoten van baby’s van 0 tot 5 maanden te laten vaccineren. Voor de regio Amsterdam-Amstelland betrof dat circa 65.000 personen.
Na het besluit van de minister hadden de regio’s twee weken om het vaccinatieproces voor te bereiden. Het Veiligheidsbureau coördineerde het proces. De GGD had de leiding in de organisatie van de massavaccinatie en heeft de gehele vaccinatie uitgevoerd.
Omdat de vaccinatie voor de hele regio in de RAI plaatsvond, trof de politie verkeersmaatregelen. In samenwerking met het gemeentelijk vervoersbedrijf, Connexxion en de regiogemeenten zijn dienstregelingen aangepast en pendelbussen ingezet voor onder andere Uithoorn en Aalsmeer.
Het oproepschema is vastgesteld aan de hand van de postcode. Hierbij is rekening gehouden met de inzet van pendeldiensten. Ook werden mensen die ver van de RAI woonden buiten de spits opgeroepen. De afdeling voorlichting van de gemeente Amsterdam heeft de informatie voor de inwoners en de pers verzorgd.
In het draaiboek voor de vaccinatiedagen was vastgelegd:
Tijdens de vaccinatiedagen was uit voorzorg een Operationeel Team aanwezig in het stadhuis van Amsterdam. Dit team bestond uit vertegenwoordigers van alle organisaties met uitvoerende taken. Als er onverhoopt iets mis zou gaan, dan konden zij snel beslissingen nemen.
Het operationele team bestond uit medewerkers van:
In de RAI was permanent een team aanwezig van medewerkers van de politie en de geneeskundige hulpdiensten. De eerste vaccinatieronde verliep zonder problemen, daarom konden bij de tweede vaccinatieronde de beslissingen door de medewerkers in de RAI worden genomen.
Het veiligheidsbureau was standby voor het geval de burgemeester – als voorzitter van de veiligheidsregio- in actie moest komen.
Alle vaccinatiedagen verliepen zonder problemen.